Je bent niet alleen (bis)

In februari probeer ik elk van de 28 dagen 28 minuten te schrijven op mijn blog. Niet langer, want dan wordt het niet meer haalbaar voor mij. Maar ook niet korter want dan verschijnt er hier enkel een titel en verder niets. Waarschuwing: 28 minuten is extreem kort voor mij, meestal spendeer ik het dubbele aan één post. Wees dus mild en reken me hier niet af op kortheid, slordigheid en oppervlakkigheid. Gazelle dankt u 😇.

De voorbije drie dagen heb ik me niet helemaal aan mijn eigen challenge gehouden. Ik slaagde er wel al in om elke dag te bloggen, maar ging vlotjes over de 28 minuten per dag. Om wat tijd terug te winnen hou ik het vandaag op een gerecycleerde post. Een stuk dat ik meer dan vier jaar geleden schreef maar waar ik deze voormiddag aan dacht toen ik de artikels las over ‘de langdurig zieken’. En de getuigenissen van hoe bang sommigen zijn over wat mensen over hen zullen denken. Of het stigma vrezen wanneer ze ander, lichter werk gaan doen; minder gaan werken of beslissen om er een tijd uit te stappen, uit de ronkende rat race.

Ik ken deze mensen niet, ik ken hun situatie en hun verhaal niet, maar het schuldgevoel herken ik wel. Het stuk dat ik toen – zelf lang thuis met een burn out – schreef wilde een oproep zijn om niet te snel te oordelen over anderen. Om anderen te laten weten dat we allemaal een verhaal meezeulen. En om mensen die het moeilijk hebben aan te porren om erover te praten.

Dus … dit is wat ik schreef in november 2016:

Je bent niet alleen

Hilariteit in het deurgat van de grote vergaderzaal. Net wanneer hij de deur uitwandelt, storm ik binnen. Papieren vliegen in het rond. We bukken ons, krabbelen één en ander bij elkaar en komen weer recht. We staan dicht en kijken in elkaars ogen (echt zoals in de film). Ik aarzel nog een fractie, maar de rij gaatjes in zijn oren hebben het mij al lang verklapt – deze strak-in-het-pak-rakker is Arthur, de coole skater-bink waarmee ik in Brussel studeerde.

Kijk eens aan, twee Letteren-alumni die elkaar in de biomedische wereld tegenkomen, twee losbollen die nu respectievelijk hooggehakt en in kostuum door het leven gaan, wel ja, pourquoi pas? We wisselen wat updates uit – pro forma, eigenlijk is er niet veel uitleg nodig want we volgen elkaar op LinkedIn en andere social toestanden. En dan, in de eerste stilte die valt, “Nog nieuws van de Anderen?”.

Blablabla en bloebloebloe – gechitchat heen en weer – maar over wat het hardst op mijn hart drukt, daarover zwijg ik. Ik vertel Arthur niets over de lange e-mail die ik gisterenavond van Steven kreeg. Steven, die ook met ons studeerde en gi-gan-tisch geëngageerd was; mega-bezield zeg maar. Gepassioneerd bezig in ontelbare verenigingen en overal even tomeloos actief, pro-actief, productief. 

En nu mailt deze energieke vent me. Dat hij mijn verhaal gelezen heeft. Even diep als ik heeft gezeten, geen spatje energie meer over en vandaag overleeft op een strak regime van slaap, gezond leven en veel zelfzorg. Fioew. Kippenvel als ik het lees en een rilling door mijn lijf bij zijn afsluiter – “Blijf goed voor jezelf zorgen”. 

Het raakt me en het blijft me raken.

Toen ik een jaar geleden mijn dagen sleet in die donkere stille kamer voelde ik me compleet mislukt en heel alleen. Op internet (want in de bib geraakte mijn slappe lijf niet) zocht ik naar verhalen van anderen. Ervaringen van binnenuit. Herkenning en een ‘way out’. Ik vond niet veel en voelde me nog meer alleen. En raar. 

Van zodra ik een paar uur na elkaar rechtop kon zitten, schreef ik. Ik wilde mijn verhaal out there. Therapeutisch – dat zeker. Maar ik wilde ook vertellen hoe het was zo’n burn out. Voor zij die er niets van snapten en vooral – vooràl – voor zij die er ook mee zaten. Om te tonen dat ze niet alleen waren. 

Eens te meer in mijn leven bleek dat ik Karma onderschat had. Je. krijgt. wat. je. geeft. 

Ze kwamen terug. De verhalen.
Want mensen schrijven me. 
Ik lees familie van wie ik ooit had geweten dat er iets mee was, maar nooit had durven doorvragen.
Ik lees oude bekenden, half vertrouwden en volslagen nieuwelingen in mijn leven. 

Ik lees hun verhalen over burn out – véél. Van uitgeputte moeders, maar even goed van opgebrande managers in grote bedrijven. Ik lees de zaakvoerder van een one man band, alleenstaande mama’s en superjonge mensen. En ook partners van.

Aanvankelijk lees ik over burn out; ondertussen over zoveel meer. 
En ik leer: iedereen heeft een verhaal.

De gescheiden vader die verteerd wordt door Schuld ten opzichte van zijn kinderen.
De succesfotograaf die de Zwarte Hond meesleurt. 
De mama-doet-al van drie die in volle vlucht neerknalt. 
De man die de afgrijselijk plotse dood van zijn moeder niet te boven komt. 
De miskraam teveel die niet meer verwerkt wordt.
De vrouw al jarenlang in de verkeerde job zit en die geen weg uit ziet.
De postnatale depressie. 
Volwassen mensen die door hun ouders nog steeds in een kinder-rol geduwd worden en daar stapelgek van worden. 
De man die een zorgvuldig opgebouwde zaak laat voor wat ze is omdat hij het niet meer kan opbrengen.
De vrouw die na een infarct verder moet met een anders-werkend lichaam en hoofd. 
Het koppel dat 30 jaren samen woont en al 15 jaar niet meer tegen elkaar praat. 
De mama die haar leven omgooit omdat haar kind overal de stempel Anders krijgt. 

Ik lees mensen die thuisblijven, mensen die opgenomen worden, mensen die in een rolstoel verder moeten en mensen die gewoon verder doen.

Elke regel in hun verhaal raakt me. 
We hebben allemaal ons verhaal. 
En ja, dat is rauw. 
Maar het is ook schoon. 
“Je bent niet alleen.” schrijft iemand. 
Zo waar.
“Verbondenheid” schrijft iemand anders.
Ook waar. 

En ik leer … 
We weten eigenlijk zo weinig. We hebben allemaal ons verhaal. Zij die waar je het al vaag van wist en zij van wie je het nooit zou vermoeden.
Oordeel niet.
We doen allemaal dingen – of net niet – for a reason. Oordeel niet.

Ik lees over neergaan maar ook over hulp vragen en steun geven. Over de stappen die gezet worden, keuzes die gemaakt worden, andere richtingen. Over mensen en levens waarmee gebroken wordt. Omdat dat uiteindelijk juister blijkt. 

En ik leer … 
We knallen allemaal. Op een bepaald moment ga je kopje onder. 
En ergens kom je ook weer boven. Op dat moment kan je kiezen.  
Je kan altijd kiezen. Je kan Minder. Je kan Trager. Het kan altijd anders.
Onderga niet.
Voel. Durf het ondenkbare te overwegen en zet dan die allereerste ministap.
It’s all in the mind (waarmee ik niet zeg dat het gemakkelijk is ;-))

En tenslotte … je bent niet alleen … we hebben allemaal ons verhaal … dus jij met het jouwe … doe niet zoals ik veel te lang heb gedaan.
Praat erover. Eerst in jezelf, dan met anderen. 1 andere is al genoeg. 
Doe het. Echt waar.
Je bent niet alleen. 

*

Dat allemaal – ik vertel het niet aan Arthur. 
Die heeft het voor elkaar. 
Zeult ook met zijn verhaal — maar hij, hij dealt er al netjes mee. 

* * *

Aan iedereen die schrijft: danku. 
Ik wilde herkenbaarheid en ik krijg Verbondenheid.
Ik probeer altijd te antwoorden maar lukt soms niet. 
Maar ik lees je en ik voel je. Ik ben je dankbaar omdat je me met je bericht ook laten weten “Je bent niet alleen.”

____________________

#28dagen28minuten

04/28

Minuten gespendeerd aan dit artikel: 30

.

Één reactie

Reacties zijn gesloten.