vrijdags gemijmer – vriendjescircuit

Terwijl ze het opschreef in dat vriendenboekje van haar klasmaat – ‘mijn wens is dat we later nog vriendinnen zijn’ – vroeg ik het me af. Of ze later ook zo ergens zou flaneren met die maat en dan denken aan vroeger, allez nu dus, toen ze gewoon nog met elkaar in de klas zaten. Zonder meer. En of ze goed en wel beseft van hoeveel goud haar wens wel is.  

Want zo ging het met mij en één van de BFFs afgelopen zondag. Terwijl we daar in Luik naast de Maas slenterden, dachten we allebei terug aan onze hoogdagen in Parijs, toen we op net dezelfde manier naast de Seine flaneerden op schooluitstap in het vijfde middelbaar. Had je me toen gezegd dat we 25 jaar later nog altijd vriendinnen zouden zijn en samen zouden tetteren aan de waterkant had ik me er hoogstens ons zelfde zelf met een handtas en op hakken kunnen bij voorstellen. Niet dit – die diepe band van onvoorwaardelijke vriendschap, van halve woorden of losse smileys om elkaar te voelen. En op sneakers ;-).

Bij de volgende vraag hapert Dochterlief. ‘Welk liedje zing je helemaal mee?’ Een hoop liedjes. Dat weet ik, en zij weet het ook, maar ze schrijft het niet op. Want de nummers die zij meekweelt in de auto, onder de douche en terwijl we aan het avondeten zijn, die zijn niet cool genoeg om in het vriendenboekje te verschijnen. Imago, weet je wel, ma. Of zoals mijn vriendin zondag nog vertelde — dat haar dochter geen sandalen aandoet bij haar vrienden. Ook niet bij dertig graden. Want niet cool boomer.  

Een strategisch gegeven, dat hele vriendenboekjescircuit. Want wie nodig je eerst uit om erin te schrijven en wanneer ben jij zelf aan de beurt? Is het nog niet te kinderachtig om je boekje aan iemand mee te geven in het vierde leerjaar en in hoeverre geef je je ware ziel echt bloot?  

En stress, want de volgorde waarin je aan de beurt bent om in een boekje te schrijven, is ook een barometer voor die andere vriendjes-peiling. Dat hatelijke moment eind april waarin de school vraagt om drie namen van vriendjes op te schrijven waarmee je volgend jaar in de klas wil zitten. Frustrerend over de hele lijn. De ene dochter wil liefst haar 20 vrienden en vriendinnen noteren en wordt gek omdat er op het formulier maar plaats is voor drie uitverkorenen. De andere dochter is triest omdat ze niet gevraagd wordt voor de lijstjes en zelf ook maar aan twee namen komt. Gedoe in huis, en voor mij volledig overbodig. Stom namen-systeem. Voor mijn kinders op dit moment, en tot eind juni, wanneer de klaslijsten uitkomen, het allerbelangrijkste in hun leven maar ik wéét – en dat fluister ik ook in hun meisjesoren – Het. Maakt. Niets. Uit. De mensen die je moet tegenkomen, die zullen er zijn.    

Want die twee vriendinnen, zo predik ik, waarmee ik nu nog altijd langs het water loop, dat zijn die meisjes die totaal toevallig in mijn klas gekomen zijn. Die op het juiste moment, en zonder tussenkomst van vriendenboekjes of namenlijstjes, mijn pad kruisten en nu nog altijd meewandelen.  

Als dat niet cool is?!